woensdag 29 februari 2012

College voorstel tot 'Vorming van een Regionale IT dienst' (deel 2)

Omdat Zakelijk Heuvelrug geen partij in deze zaak is, wil zij middels bijgaand commentaar College en fracties vrijblijvend helpen met het duiden van risico's en zwakke punten.  Als aanvulling op eerder commentaar; het geheel overziende krijgen we het volgende beeld: 

- De praktijk van samenvoegen / outsourcen wijst uit dat dit soort exercities, tenzij heel strak gemanaged (kunnen wij dat?), vrijwel altijd teleurstellingen in geld en kwaliteit van dienstverlening opleveren. 

- Qua organisatorische verandering zijn er duidelijke paralellen met hoe de afdeling V&H heeft moeten opereren na de samenvoeging. Kunnen we ons zoiets nog eens permitteren ?

- Zeker de eerste paar jaar wordt dit een reis over een erg ruwe zee met storm tegen en een bemanning die dit niet gewend is. Je kunt er zo gemakkelijk een paar keer de krant mee halen. 

- De urgentie van dit project, vooral in de huidige woelige tijden, is onduidelijk.

- Wat is nou het exacte doel van deze exercitie: verbeterde dienstverlening of kostenbesparing ? Betere dienstverlening: hoe dan ? (vooral omdat men nu al niet weet hoe dat eigenlijk moet)

- Onze gemeente is in het rijtje van 7 één van de grote. Verwachten de andere partijen dat wij het voortouw nemen ? (willen we dat ? hebben we daar capaciteit voor ?)

- De gemeente UHr krijgt en neemt de komende jaren (te) veel hooi op de vork met 'projekten' die één voor één forse financiële risico's bij zich dragen: delegatie van taken van het Rijk naar Gemeente (bijv. WMO), stationsgebied, afstoten oude gemeentehuizen, actualiseren bestemmingsplannen, misschien wel een nieuw gebouw voor Revius en/of een nieuw zwembad, . . .

- Bovendien is de gemeentelijk financiële reserve aanmerkelijk gekrompen sinds de samenvoeging tot GUHr.  Zo zal er NOOIT geld zijn voor noodzakelijke maar niet zo 'sexy' projecten als een nieuwe riolering.  

- Zonder dat dit project urgentie heeft, en in de wetenschap dat de bestuurders hier weinig kaas van gegeten hebben (niet ongewoon overigens en zoals ze zelf publiekelijk verklaren), is het uitkijken met goedkeuring van zo'n toch onduidelijk project.

Zakelijk Heuvelrug wenst College en Raad veel wijsheid to bij haar besluitvorming (en gaat over tot de orde van de dag).

Bij twijfel niet inhalen.

Paul Brackel
Bestuurslid Zakelijk Heuvelrug

maandag 27 februari 2012

Vorming van een Regionale IT dienst (deel 1)

Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Commentaar op college voorstel tot vorming van een 
Regionale IT dienst 
Het bedrijfsleven heeft 10-15 jaar ervaring met dit soort veranderingen*). Er zijn twee overwegingen om zoiets te doen: (i) kostenbesparing door schaalvergroting en (ii) betere dienstverlening door professionalisering **). Volgens de stukken van het College wordt de Regionale IT dienst opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren en niet om kosten te besparen.
COMMENTAAR
Doel van dit commentaar is de gemeente te helpen bij het nemen van de juiste beslissing. 
Positief
  • Hiermee onderzoekt het College (terecht) of het in de 'vaart der volkeren' mee wil gaan. 
  • Voorzover we kunnen beoordelen  presenteert het College een doordacht voorstel. 
  • Het personeel is bij de formulering van het voorstel betrokken 
  • Het ‘second opinion document’ is positief over het voorstel. 
Negatief
  • Hoewel men voor verbetering van de dienstverlening (let op: alleen aan de eigen organisatie) gaat en niet voor kostenbesparing, worden in de programmabegroting 2012 vele tonnen besparingen ingeboekt. Wij denken dat besparingen de eerste jaren niet gehaald worden (en misschien wel nooit). 
  • Bovendien geeft men aan de nog aan te stellen directeur een gemengde opdracht mee, waardoor mogelijk de verbeterde dienstverlening wellicht ook niet gehaald wordt. 
Risico's
-1- Het samenvoegen van 7 (meestal zwakke) IT organisaties van deelnemende gemeenten is geen geringe exercitie. Het is te vergelijken met de consolidatie van de vroegere gemeenten in de gemeente UHr. 


Verder inzoomen: 
  • In een 7x grotere organisatie is alles complex, zijn budgetten en investeringen vele malen groter en zijn functies gespecialiseerd. Waar men voorheen in een gemeente informeel werkte (geen formele projecten, nauwelijks een planning, geen professionele aanpak noch richtlijnen, bepaalde dingen doet men domweg niet in kleine organisaties) moet dat nu wel formeel aangepakt worden wil je tot betere dienstverlening komen (en ongelukken vermijden). 
  • Om de dienstverlening te verbeteren zal de nieuwe organisatie het eens moeten worden over haar werkwijze door (nieuwe) processen uit te werken. Dat kost flink wat doorlooptijd. De eerste jaren zal de organisatie in zekere zin “verbureaucratiseren”. 
  • Ook zal blijken dat niet iedere personeelslid de juiste instelling en/of professionaliteit heeft om in de nieuwe organisatie mee te doen. Bijscholing levert vaak niet het gewenste resultaat op en dan moet je nieuw personeel aantrekken. Ook dat kost tijd. En geld omdat je dan tijdelijk dure expertise moet inhuren. Wees niet verbaasd als de kosten de eerste paar jaar hoger zijn én de dienstverlening bovendien slechter is.   
-2- De regionalisering behelst de infrastructuur (netwerken en apparatuur) en basisdiens-ten (e-mail en kantoorsoftware). Back office systemen (GBA, vergunning e.d.) worden niet meegenomen. Het is belangrijk er voor te waken dat de back office systemen in deze fase van verandering blijvend de juiste aandacht krijgen. En dat budgetten hiervoor niet elders aangewend worden. 
Let op: de dienstverlening naar de klant wordt door deze aanpak in principe niet anders of beter. 
-3- Er komen nieuwe functies, en dus kosten, bij. Kleine organisaties doen bepaalde dingen niet omdat ze de expertise niet hebben. Voorbeelden: processen rond goedkeuring, planning en monitoring van projecten c.q. veranderslagen, het hebben van een IT architectuur, eerstelijns support via een goedwerkende helpdesk, adequate beveiliging (d.i. toegang tot infrastructuur, toepassingen en data) e.d. 
-4- Onderschat de vele personele veranderingen niet. Niet alleen loopt personeel weg (teleurgesteld, kan het nivo niet halen, past niet in nieuwe rol) ook moet er personeel aangetrokken worden. Nagenoeg iedereen krijgt een nieuwe rol en het is niet ongewoon te zien dat een kwart van het personeel in / uitloopt wisselt op het diepste punt.
-5- Door de hier beschreven dynamiek zullen er helaas “ongelukken” ***), zowel grote als kleine, naast onvermijdelijke haperingen in de dienstverlening voorkomen. 
-6- Er komen nieuwe kosten bij. Bijvoorbeeld omdat je een nog aan te leggen glasvezel netwerk moet hebben en onderhouden om de 7 gemeentes basisdiensten te verlenen.
-7- Uit ervaring blijkt dat de kosten de eerste paar jaar hoger zullen zijn i.p.v. lager en besparingen vallen tegen of komen later. 
-8- Een belangrijk laatste punt is het kennelijke gebrek aan inzicht van IT en dit soort exercities bij onze gemeente (wethouder, gemeente secretaris en controlerende raad); zie verslag in Nieuwsblad de Kaap. Daardoor heeft men te vaak geen enkel idee van (rampen)-scenario's en is het voor de directeur niet moeilijk de opdrachtgevers één of meerdere keren voor een fait accompli te stellen. Hij/zij zal dat ook doen als het water tot aan de lippen gestegen is. Een goed werkende stuurgroep helpt daarbij helaas niet. 
Dié gemeente die een wethouder of gemeente secretaris heeft die deze materie beheerst kan het beste namens de verzamelde opdrachtgevers de supervisie (met mandaat) over de Regionale IT dienst krijgen. Deze wordt dan raadsman van, en denkt mee met, de directeur over strategie en hoe bepaalde problemen (d’r zullen er genoeg zijn!) het best aangepakt gaan worden. 
-9- Qua omvang is onze gemeente eerste of tweede in het lijstje met deelnemers. Zij loopt daarmee het grootste risico. 
-10- Het stellen van realistische doelen en taken, voordat de directeur aangesteld wordt, is essentieel. 
Alternatieven
- Zijn alternatieven onderzocht ? 
  • Waarom doet de grote buurgemeente Zeist niet mee ?
  • Waarom gaan we zo’n risicovolle onderneming in eigen beheer doen als er (aanname) weinig kennis bij opdrachtgevers is ?
  • Is onderzocht of dit bij een van de nationaal opererende dienstverleners van de overheid ondergebracht kan worden ?
Verwachting
Wij zien voor ons dat 
  • dit aanzienlijk meer geld kost en dat de dienstverlening pas na vele jaren beter wordt (als dat al gebeurd). 
  • gezien de omvang en complexiteit van de verandering enkele grote ongelukken ***) zullen plaats vinden
  • dit onderwerp in 2014/15 op de agenda van de rekenkamer staat.
Advies
Haastige spoed is zelden goed. Kijk er nog eens goed naar. 
De gemeente UHr beschikt inmiddels over een professionele inkoop organisatie. Geef die de tijd om alternatieven te ontwikkelen. 
Namens bestuur van Zakelijk Heuvelrug
Paul Brackel
06-53174816
*) Overigens in het bedrijfsleven erkent men na 10-15 jaar outsourcing (heeft exact dezelfde problematiek maar is in essentie anders dan regionalisering) dat men soms te ver doorgeschoten is waardoor er afbreuk aan de primaire doelstellingen wordt gedaan.
**) Professionalisering: samenhangende planning van projecten, IT architectuur, heldere verantwoordelijkheden en werkprocessen, specialisatie, betere inkoop, gemakkelijker aantrekken van expertise, betere toegangsbeveiliging. 
***) Bijvoorbeeld een systeem crasht en er is geen actuele backup beschikbaar waardoor de organisatie een achterstand krijgt en dagen niet goed kan functioneren, of de beveiliging van het mailsysteem wordt gekraakt en vertrouwelijke informatie komt ‘op straat’ te liggen. Betrokkenen houden elkaar verantwoordelijk.

zondag 27 november 2011

Is het glas half vol of half leeg ?

Het lijkt haast zeker dat de Marinierskazerne in Doorn uiteindelijk naar Zeeland zal verhuizen. Of we dat willen of niet. Want ons gemeentebestuur heeft (en krijgt) nauwelijks een voet aan de grond in het onderzoek dat gedaan wordt door Defensie. Dan kan je als College brieven schrijven en klagen dat je niet gehoord wordt, maar zoiets maakt niet veel uit in Den Haag. De heren van ons College zijn, denken wij, met een achterhoede gevecht bezig. Jammer, maar het is niet anders.

Laten we in dit verband niet uit het oog verliezen dat het Mariniersterrein in feite één heel groot bedrijventerrein is met vele vrachtwagenbewegingen en nog veel meer woon /werkverkeer per dag, dwars door een woonwijk heen. Misschien is het mogelijke vertrek wel te beschouwen als een geluk bij een ongeluk.

Als de Mariniers werkelijk vetrekken zal dat geleidelijk gaan. Een negatieve impact op de lokale economie zal van beperkte duur zijn maar niet desastreus voor de lokale economie. Tenzij een ondernemer (wie?) heel specifieke dienstverlening aan mariniers biedt, daar nagenoeg geheel van afhankelijk is en niet makkelijk kan overschakelen naar andere klanten. Een deel van 750 mariniers met hun gezinnen (geschat op 2.000 personen) zullen verhuizen. Niet en-masse, maar ieder in eigen tempo en sommigen zullen blijven. Er komen dan huizen vrij die, gezien de permanente vraag naar woonruimte op de Heuvelrug, weer door nieuwe gezinnen bewoond gaan worden. Doorstroming dus. Een scenario met grootschalige en langdurige leegstand van woningen met een forse impact op de omzet van de meeste winkeliers lijkt niet realistisch.  
Iedere verandering brengt nieuwe kansen. Ook deze verandering. De belangrijkste is gelegen in het feit dat de Mariniers een kolossaal terrein achterlaten met 40.000 m2 bouwoppervlak: kantoren, slaapvertrekken, leslokalen, een sporthal, een parkeerterrein, kantine en veel meer. De gemeente heeft eerder uitgesproken een kennisinstituut binnen te willen halen. Deze verandering biedt kansen om dat te realiseren. We denken aan 
  1. het aantrekken van kennisinstituten die zich met duurzaamheid bezig houden (misschien een "Internationale Natuur Universiteit" oprichten?)
  2. het 'scheppen van een broedplaats voor studenten en bedrijven in mode en textiel, duurzame (auto)technieken, sociale werkgelegenheid. Bijvoorbeeld door uitbreiding en/of samenwerking van IVA en European Fashion Academy waardoor op het terrein  een campus voor studenten en jongeren ontstaat die allerlei spin-off's voor starters biedt, en 
  3. het bieden van woonruimte voor het verplegend personeel van de vele zorginstellingen waarmee intensief woon/werkverkeer geëlimineerd wordt.  
Dit zijn een paar eerste invallen. Bij lange na geen uitputtende lijst. 
Ons advies aan het College is vooruit kijken. Niet blijven klagen dat Den Haag je niet serieus neemt !
En dan nog dit. Beste bestuurders bij de Gemeente: laat je in 2012 niet verrassen door de Minister van Veiligheid en Justitie die in een onderonsje met een af andere CdK in verband met de vorming van de Nationale Politie de KLPD uit Driebergen weghaalt! Doe wat! En wel nu.

Paul Blom
Voorzitter Zakelijk Heuvelrug
28 november 2011

maandag 31 oktober 2011

Naar meer flexibele bestemmingsplannen



Het bestemmingsplan ‘Woongebied Driebergen’ dat enkele jaren terug vastgesteld werd, blijkt in de praktijk veel te rigide.  De gemeente moet op zoek gaan naar meer flexibiliteit in nog op te stellen bestemmingsplannen.

Dienstverleners zoals makelaars, architecten, aannemers samen optrekkend met eigenaren van woonhuizen, winkels, bedrijven en landgoederen blijken in de praktijk ‘noch vóór noch achteruit’ te kunnen als het gaat om aanpassingen van bestaande gebouwen. Daarom moeten ambtenaren voortdurend nee verkopen; een ondankbare taak. De rigiditeit leidt weer tot aanvragen tot aanpassing van bestemmingsplannen met als gevolg een hoge werkdruk bij het ambtelijke apparaat en veel tijdverlies voor aanvragers.

Als gevolg blijk in de praktijk dat er nogal wat dienstverleners zijn die zich niet meer met (potentiele) opdrachten in dit werkgebied willen inlaten omdat ze toch nul op het rekest zullen krijgen.

Verandering

In de 60 jaar na de oorlog hebben we een enorme sprong in onze welvaart meegemaakt. In de jaren vijftig was er een schaarste aan bouwmaterialen en bouwde men ook heel compact: betrekkelijk kleine kamers met kleine ramen, een kleine keuken, schuurtje in de tuin en een garage waar de hedendaagse auto al lang niet meer in past. 

Ook is er in die periode demografisch veel verandert. Er zijn veel eenpersoons huishoudens gekomen en gezinnen met 1 ouder maar ook extra grote gezinnen met een vader en een moeder met kinderen uit een eerder huwelijk.  De eisen die men aan woonhuizen stelt is daarmee sterk verandert.

Voor wat betreft de werkgelegenheid veranderde ook veel. Zo heeft onze gemeente inmiddels een paar duizend ZZP-ers (bijv. coaches) binnen haar grenzen die liefst kantoor aan huis hebben en daardoor een extra kamer in het eigen huis zoeken. 

Juist om die redenen moet een bestemmingsplan meegroeien met de huisvestingsbehoefte van burgers en ondernemers. En dat doet het bestemmingsplan ‘Woongebied Driebergen’ niet. Iedere ontwikkeling wordt in feite op voorhand de kop ingedrukt.

Hoe breng je meer flexibiliteit in bestemmingsplannen ?

Definieer een “bouwvlek” in plaats van een strak bouwvlak en verlang dat (zeg) 80% van de bebouwing binnen die vlek gerealiseerd moet worden. Eis voor de bouwhoogte dat de goothoogte gemiddeld 6 meter is en mag variëren van (zeg) 5 tot 7 meter. Hetzelfde voor de nokhoogte.

Zo’n vrijheid komt bovendien de speelsigheid van de bebouwing ten goede.

Ons advies: vraag aan stedenbouwkundigen om flexibele criteria aan te reiken waarbij bouwdichtheid en gemiddelde bouwhoogte onaangetast blijft.      

Paul Blom
Voorzitter Zakelijk Heuvelrug
31 oktober 2011





maandag 24 oktober 2011

En zo ontstaat stroperigheid

Twee voorbeelden van hoe de dienstverlening in onze gemeente kan verlopen.

Voorbeeld 1:
Op de hoek van Traaij en Binnenhof is na het vertrek van de Fortis Bank een pand vrijgekomen. Beneden komen drie winkels; de eerste etage is nog vrij. Een internationaal bedrijf dat "lichaamstraining gericht op vrouwen biedt" is geïnteresseerd in de eerste etage. Een lokale makelaar gaat op bezoek bij de gemeente. Hoewel het wel geen probleem zal zijn toch maar even checken. Op het gebouw zit de bestemming 'Dienstverlening'. De ambtenaar is heel klip en klaar: nee dit is niet toegestaan. En hij maakt ook duidelijk dat het geen zin heeft een vervolg afspraak te maken, want het mag niet. Punt.

De makelaar kent iemand die vroeger in de raad van Driebergen zat. Die mailt op zijn / haar beurt met de zittende wethouder RO. De wethouder komt gelukkig in actie. Na inwinning van extra informatie komt er wel toestemming. Mooi.

Voorbeeld 2: 
In Rijsenburg staat een perceel bouwgrond al een paar jaar te koop. Het gaat over een onbebouwd perceel van 3500 m2. Volgens het bestemmingsplan uit 2008 mag het niet gesplitst worden. De verkopende makelaar informeert bij een ambtenaar naar oplossingen maar krijgt 'nul op het rekest'. Dat is eigenlijk logisch want zo staat het in het vigerende bestemmingsplan. De verkoper probeert desondanks met een advocaat de gemeente in beweging te krijgen maar krijgt niets gedaan.  

Wat leren we hier uit ?
- De ambtenaar kan in beide gevallen weinig meer dan nee zeggen. 
- Als je de politiek erbij betrekt dan heb je kans dat het wel flexibel is. Heb je niet de goede politieke contacten dan kom je er niet. 
- Geld besteden aan advocaten blijkt kan een verkeerde investering zijn.
- Met de juiste (politieke) contacten kom je misschien wel verder.

En zo ontstaat de stroperigheid die ondernemers ervaren in de dienstverlening van de Gemeente.

En ook rechtsongelijkheid overigens.

Advies: bouw voor de zekerheid aan een goed old-boys-netwerk onder lokale politici. 

zondag 23 oktober 2011

Eén zwaluw

Voor onze leden ondernemers is het belangrijk dat onze gemeente Utrechtse Heuvelrug zich zo snel mogelijk losrukt van de laatste plaats op de ranglijst van meest-MKB-vriendelijke-gemeente in de provincie Utrecht en opstoomt naar de top 10. Dat bereik je met meedenken, klantvriendelijkheid, korte lijnen, tempo maken, proactief open en transparant zijn en meer van dat soort zaken. Waar mogelijk wil Zakelijk Heuvelrug meehelpen dat doel te bereiken.
Wij menen dat een cultuuromslag bij de bestuurders en de ambtelijke
organisatie noodzakelijk is. Zo’n cultuuromslag moet leiden tot een platte organisatie met een open manier van werken die uitgaat van vertrouwen (in plaats van wantrouwen) en die vaker al regisserend kennis en talenten in het maatschappelijke middenveld benut. 
Vorige week kregen we een paar signalen die onderdeel zouden kunnen zijn van een komende cultuuromslag. Zo leidde de burgemeester de kerntakendiscussie met het maatschappelijke middenveld. Het was de eerste keer en zoiets is voor alle deelnemers even wennen. 
Ten tweede zagen we dat het wegwerken van de achterstand van 75 dossiers bij de afdeling Vergunning & Handhaving niet de eerder gemelde 3 jaar maar veel korter zal gaan duren. Hulde! Overigens in het betreffende persbericht wordt gewag gemaakt van het feit dat 99,1 % van de aanvragen voor een omgevingsvergunning binnen de wettelijke termijn afgehandeld wordt. Zonder onderbouwing twijfelen we sowieso aan zo’n hoog cijfer, vooral omdat het bij ons spontaan een beeld van verkiezingsuitslagen in Noord-Korea oproept. Om vertrouwen in het proces te krijgen is een relevante, te publiceren onderbouwing noodzakelijk. Dat levert de broodnodige transparantie op, die op haar beurt weer onderdeel is van die open cultuur. Alternatief is dat de rekenkamercommissie zich over de cijfers buigt. Zou de rekenkamercommissie daarvoor kiezen, in plaats van het ons nogal wollig overkomende thema ‘toepassing van de beleidsgestuurde contract-financiering bij subsidies’, dan hebben ze wel een onderwerp waar je als rekenkamer je tanden op stuk kan bijten. 
Als derde melden we een raadsinformatiebrief over het landgoed Beukenrode waaruit blijkt dat de gemeente actief meedenkt. Zonder veel kennis op dit gebied vragen we ons in dit verband af of het lang durende en kostbare beroep van Beukenrode bij de Raad van State, zó snel na vaststelling van het bestemmingsplan door de Raad, met meer overleg vóór het vaststellen van het bestemmingsplan voorkomen had kunnen worden.
We denken aldus het eerste lichtpuntje in de verbetering van het ondernemersklimaat waargenomen te hebben. 
Helaas maakt één zwaluw nog geen zomer. 
Paul Blom
Voorzitter Zakelijk Heuvelrug
17 oktober 2011

maandag 26 september 2011

Verkeerde cultuur

De dienstverlening van de gemeente rond de verlening van omgevingsvergunnin- gen (nodig bij ver- en nieuwbouw, sloop, organiseren van een braderie of een ontvangst in een tent achter je bedrijf) is al lang ver beneden de maat. Gelukkig wordt dat breed erkent ook door de politiek en door B&W.  Ondernemers ervaren dat de gemeente bij complexere aanvragen ten eerste niet in staat is mee te denken en ten tweede de gewenste kwaliteit binnen de gestelde termijnen niet levert.
Het is niet juist om alleen ambtenaren de schuld te geven. Het hele systeem lijkt overbelast en min of meer dolgedraaid. Met het woord 'systeem' wordt bedoeld dat zowel de Raad (die randvoorwaarden stelt en controleert), als bestuurders (College en gemeentesecretaris die bepalen hoe dienstverlening geleverd wordt) én ambte- narencorps (management team en ambtenaren die de aanvraag behandelen). Hoe zit dat ?
De ambtenaren in onze gemeente hebben heel zware jaren achter de rug, Zo kregen zij te maken met het in elkaar schuiven van vijf organisaties als gevolg van de gemeentelijke herindeling in 2006, een tekort aan vast personeel, grote hoe- veelheid aan verouderde bestemmingsplannen, een nieuwe werkwijze via front- en backoffice en bij de invoering van de WABO op 1 oktober 2010 het samenvoegen van 25 vergunningen in één zgn. omgevingsvergunning. Bij elkaar omstandigheden die een tijdige dienstverlening van hoge kwaliteit bijzonder lastig maken. 
Indien je de vijf organisaties samenvoegt krijgt de nieuwe organisatie niet vanzelf een nieuwe cultuur, laat staan de juiste cultuur. In het coalitieakkoord 'Werk in Uitvoering' staat "excellente dienstverlening waarbij inwoners, bedrijven en bezoekers weten wat ze kunnen verwachten''. Gemakshalve nemen wij aan dat dit betekent dat burgers en ondernemers centraal staan. Dat is lang niet het geval zoals wij in de notitie 'Ondernemersklimaat onder de loep' schreven. Er is iets fundamenteel mis met de cultuur van bestuurders en ambtenaren. 
Op bestuursniveau heeft men een gesloten en verkrampte houding. Er wordt van binnen naar buiten gedacht en men schuwt de inzet van machtsmiddelen niet. En de Raad houdt zich met veel details bezig. Het verslag van de Raadscommissie Ruimte van 23 augustus jl. telde 34 pagina's, waarvan 6 pagina’s alleen al over de lijst met openstaande akties. Ondernemers vinden dat onze Raad bestemmings- plannen nogal dicht timmert, of dicht laat timmeren. Dat is zeker bij monumenten het geval. Op die manier blijft er weinig manoeuvreerruimte voor het College en Ambtenarencorps bij de uitvoering. Aanvragers krijgen dan vaak nee op het rekest. Verkramping. 
Het concept “klant” kent men domweg niet. De bejegening van ondernemers door de medewerkers op de werkvloer is misplaatst en valt niet te tolereren.
Wat deze gemeente nodig heeft, is een nieuwe cultuur zowel op bestuursniveau als bij de medewerkers op de werkvloer. Cultuurverandering koop je niet in een potje in de winkel. Je krijgt het ook niet voor elkaar door een consultant in te huren. Nee, zo’n veranderingsproces vereist moedige leiders die de verandering eigenhandig uitvoeren en die het eigen functioneren ook ter discussie durven te stellen. 

Zijn de huidige bestuurders daartoe in staat ? 


Paul Blom
Voorzitter Zakelijk Heuvelrug